Erfelijkheid kun je waarnemen, dat valt niet te ontkennen, maar het werkingsmechanisme is anders dan we denken. Er is geen blauwdruk, niets ligt vast.

Inleiding
Genetica wordt doorgaans gepresenteerd als een fundamentele, verklarende en voorspellende discipline. Het menselijk genoom wordt daarbij omschreven als de blauwdruk die erfelijkheid, ziekte en ontwikkeling verklaart via afzonderlijke genetische eenheden die in het DNA zijn gecodeerd.
Deze opvatting is zo diep verankerd in onze cultuur dat de bijbehorende metaforen zelden ter discussie worden gesteld. De onderliggende aannames worden daardoor al snel als vanzelfsprekend en zelfs als bewijs beschouwd.
Het idee van het ‘levensboek’ was een van de kleurrijke metaforen die in de jaren negentig werden ingezet bij de promotie van het in kaart brengen van het volledige genoom. Het bleek een briljante public relations-zet. Wie zou immers niet gefascineerd raken door het vooruitzicht om zijn of haar eigen levensverhaal te kunnen lezen en de verborgen geheimen ervan te ontrafelen?
Ook de belofte was verleidelijk: binnen ongeveer tien jaar zou dit boek onthullen hoe aandoeningen als kanker, hart- en vaatziekten, neurologische ziekten en diabetes effectief behandeld konden worden. De blauwdruk van ons bestaan zou de mensheid vooruithelpen. Die belofte is niet waargemaakt.
Desondanks wordt het bestaan van DNA, de structuur en de veronderstelde rol als vaststaande feiten onderwezen. De conceptuele basis echter, berust niet op directe waarnemingen, maar op een interpretatiesysteem dat voortkomt uit chemische bevindingen. Computermodellen spelen daarin een centrale rol.
Niemand heeft ooit DNA of genen onder een microscoop gezien. Het blijft in essentie een coördinaat in een computerdatabase.
Erfelijkheid is waarneembaar, dat valt niet te ontkennen. Het gaat om het werkingsmechanisme en dat is anders dan we nu aannemen. Juist daarom is het van belang onderscheid te maken tussen wat we kunnen waarnemen en wat we denken of geloven.
Genetica is een onderwerp dat uitblinkt in terminologie en aardig wat vragen oproept. Laten maar eens kijken waar de schoen wringt.
We beginnen bij de theorie. Dan hebben we hetzelfde vertrekpunt. Daarna kijken we uitgebreid naar de geschiedenis, want die leert ons veel over waarom we zijn waar we nu zijn. Van daaruit zoomen we in op de praktijk vandaag de dag, forensisch onderzoek, erfelijkheid en kijken we er vanuit een geheel ander perspectief naar.
De DNA theorie
Volgens de huidige theorie is je genoom jouw levensboek dat werkt als een handleiding met instructies. Die instructies hebben je geholpen om van een enkele cel uit te groeien tot de mens die je nu bent. Het genoom speelt een rol bij groei en ontwikkeling, helpt cellen en organen hun werk te doen en draagt bij aan herstel wanneer er schade in het lichaam ontstaat.
Het genoom bevindt zich in de celkern (nucleus) en is georganiseerd in drie onderdelen: chromosomen, DNA en genen.
Chromosomen
Een mens heeft normaal gesproken 23 paar chromosomen, totaal 46: een van de vader en een van de moeder. Een chromosoom bestaat uit een lange, strak opgevouwen draad van DNA.
DNA
Desoxyribonucleïnezuur ofwel DNA is een molecuul dat genetische informatie bevat. DNA heeft een chemische structuur en bestaat uit twee ketens van bouwstenen, die nucleotiden worden genoemd. De structuur lijkt op een gedraaide touwladder waarbij twee strengen om elkaar heen draaien: de zogenaamde dubbele helix.
De treden van deze ladder worden gevormd door vier stoffen die als basenparen door het leven gaan: Adenine (A) paart altijd met Thymine (T), en Guanine (G) paart altijd met Cytosine (C). De volgorde van deze vier letters, vormt een code die cellen instructies geeft voor het maken van eiwitten.
Elke menselijke cel bevat ongeveer 3 miljard basenparen. Samen vormen zij het genetische profiel. Alle cellen en weefsel bevatten identiek DNA. Rol je de kluwen DNA helemaal uit, dan heb je een lange sliert van 2,2 meter, verpakt in een celkern van 10-15 micrometer. Dat kun je vergelijken met het verpakken van 20 kilometer heel fijn draad in een tennisbal.

Genen
Een gen is een stukje DNA die mee bepaalt hoe je er uit ziet en hoe je lichaam werkt. De mens heeft ongeveer 20.000 genen.
Dit is in grove hoofdlijnen de theorie, voor zover het van belang is voor dit artikel.
De vraag is nu: klopt deze theorie? Daar is geen enkel bewijs voor, ook niet dat de huidige werkwijze de realiteit weerspiegelt. Maar hoe is dit dan tot stand gekomen? Om dat te begrijpen helpt de geschiedenis ons op weg.
Geschiedenis van DNA
DNA is naar verluid een zeer gevoelige stof die uiterst voorzichtig moet worden behandeld. DNA kan beschadigd raken door verschillende invloeden, zoals hitte, licht, ultraviolette straling, ioniserende straling, röntgenstraling en bepaalde chemische stoffen.
Houd deze gevoeligheid in gedachten wanneer je verder leest op de tijdlijn.
1869
In 1869 beweerde de Zwitserse biochemicus Friedrich Miescher (1844-1895) nucleïnezuur te hebben ‘geïsoleerd’. Hoe deed Miescher dat?
Miescher verzamelde witte bloedcellen van verse chirurgische verbanden, verkregen van een nabijgelegen kliniek. Het doel van zijn aanpak was om de celwand en het cytoplasma te verwijderen. Het cytoplasma is de volledige inhoud van een cel, met uitzondering van de celkern. Op deze manier zou hij de celkern overhouden.
Miescher onderwierp de bloedcellen aan een reeks behandelingen: weken in een natriumsulfaatoplossing, wassen met zoutzuur, schudden in ether en behandelen met natriumcarbonaat. Door een behandeling met fosforzuur ontstond een chemische reactie, waarna er een neerslag zichtbaar was.
Om de samenstelling van die neerslag te onderzoeken, verbrandde Miescher het. Bij het verbrandingsproces ontstond een fosforhoudende stof. Niet zo raar als je fosforzuur hebt gebruikt. Miescher dacht dat hij een nieuwe stof had ontdekt en noemde het nucleïne. Dat werd later nucleïnezuur en vervolgens DNA genoemd.
Hoe kan Miescher weten dat het betreffende overgebleven deeltje nucleïne was en geen afvalproduct van de door hitte en met chemicaliën behandelde cel? Waarom was Miescher ervan overtuigd dat een zure behandeling alleen de celwanden en het cytoplasma vernietigt en verwijdert, en de celkern en de inhoud ervan intact laat? Zo zijn er omtrent zijn experiment meerdere vragen.
Miescher concludeerde zelf al dat hij de stof had ontdekt op basis van een chemische reactie en niet op basis van daadwerkelijke isolatie en observatie.
1885-1893
In deze periode bepaalde de Duitse chemicus Albrecht Kossel (1853-1927) dat nucleïnezuur bestaat uit de basen adenine, cytosine, guanine en thymine. Kossel deed dat nadat hij hitte en agressieve chemicaliën had gebruikt op organen van verschillende dieren, zoals de thymus van een kalf en alvleesklier van een os.
Zijn methodologie en publicaties zijn niet vrij beschikbaar voor het publiek, terwijl zijn bevindingen als feiten worden onderwezen.
De basenparen blijven onzichtbaar, zelfs voor de elektronenmicroscoop. Hun bestaan wordt verondersteld. De structuur is afgeleid uit wiskundige modellen en niet uit directe waarneming van het molecuul in zijn natuurlijke staat. In 1910 ontving Kossel de Nobelprijs.
De vier onzichtbare verbindingen worden nog steeds beschouwd als de basisbouwstenen van DNA. De wetenschap geeft toe dat ze de exacte structuur van een nucleotide nooit daadwerkelijk hebben vastgesteld en gemeten. Het zijn aannames. Ze hebben nog nooit een nucleotide, of een reeks nucleotiden, gezien.
1952
Dit is een belangrijk jaar. Aan het Londense King’s College werd een afbeelding gemaakt van DNA, die wereldwijd bekend werd als foto 51. De afbeelding is geproduceerd door een promovendus van de chemicus Rosalind Franklin. Met behulp van röntgenkristallografie werd een diffractiepatroon zichtbaar dat informatie zou geven over de ruimtelijke structuur van het DNA-molecuul.
In Het fictieve bestaan van antilichamen, kun je lezen over röntgenkristallografie en waarom deze indirecte methode niet voldoet om feitelijk bewijs te leveren. Een diffractiepatroon (een versnipperde schaduw) moet op basis van wiskundige modellen, persoonlijke inzichten en voorkeuren worden samengesteld tot iets, waarvan geen origineel beschikbaar is. Hoe weet je dan of dat beeld klopt met de realiteit?
Het DNA dat Franklin heeft gebruikt was een zout van een kalfsthymus, ook wel bekend als Na-DNA, dat werd verzadigd met water om een gel te vormen. Franklin heeft vervolgens een Na-DNA vezel gedurende tweeënzestig uur aan röntgenstraling blootgesteld. Daarna werd waterstofgas door een zoutoplossing gepompt om de gewenste hydratatie van de vezel te behouden.
Foto 51 is dus een schaduwpatroon van een gehydrateerde vorm van Na-DNA. Er zijn meerdere foto’s die er verschillend uitzien, afhankelijk van het aantal uren röntgenstraling en de hoeveelheid vocht.

Foto 51 is speciaal uitgekozen uit een serie omdat die het beste representatief kon staan voor DNA.
Hoe weten we dat foto 51, na maar liefst 62 uur röntgenstraling geen beelden heeft opgeleverd met vervormingen en beschadigingen? Je kijkt tenslotte naar dood, bewerkt, biologisch materiaal.
Veer balpen levert dezelfde foto
In de American Journal of Physics is in februari 2018 een artikel gepubliceerd, waar het experiment van Franklin is herhaald. Aangemoedigd door hun natuurkunde leraar gingen studenten ermee aan de slag.
Het was een onderwijsopdracht, niet bedoeld om DNA structuur te bepalen. In plaats van een levende cel te gebruiken, werd de veer van een balpen en laserlicht gebruikt. Ze kregen precies dezelfde foto als Franklin.
Het beroemde patroon van foto 51 is dus niet uniek voor DNA van biologisch materiaal, maar kan geproduceerd worden door spiraalvormige structuren, waaronder dus een mechanische veer. De dubbele helix was wat structuur betreft ook niet iets nieuws, maar is te zien in allerlei oude voorwerpen en gebouwen.
1953
Op 25 april 1953 publiceerde het tijdschrift Nature een kort maar invloedrijk artikel met de titel A structure for Deoxyribose Nucleic Acid. In dit artikel stelden James Watson en Francis Crick een model voor van de structuur van DNA: de dubbele helix.
Het artikel begint met de zin: ‘We wish to suggest….’. Meerdere alinea’s beginnen met zinnen als: ‘we wensen’, ‘we geloven’, ‘we nemen aan’. Dat zijn niet bepaald wetenschappelijke termen. Watson en Crick hebben nooit foto’s van welk materiaal dan ook gemaakt. Ze hebben ook geen laboratoriumonderzoek verricht.
De dubbele helixstructuur werd aangenomen op basis van speculaties en onderzoek van anderen, zoals het werk van Franklin.

In het artikel van Watson en Crick is alleen een pentekening opgenomen (zie links) van de voorgestelde structuur, gemaakt door de Odile Crick, de artistieke vrouw van Francis.
Het artikel van slechts een pagina met aannames en ideeën, wordt gekenmerkt als een keerpunt in de wetenschap, omdat het algemeen wordt geaccepteerd als de nauwkeurige beschrijving en functie van DNA. Als je die pagina graag wilt lezen, dan klik je hier.
Ondanks het theoretisch karakter van het artikel, levert het de mannen in 1962 de Nobelprijs op.
De zegen van het Nobelcomité
We hebben het al vaker gezien. Wetenschappers die de Nobelprijs ontvangen voor theorie en aannames, die vervolgens als feiten worden aangenomen. Je trekt natuurlijk niet een wetenschapper in twijfel die door het Nobelcomité is gezegend.
Het werk van de Nobelprijswinnaar wordt doorgaans veelvuldig geciteerd in wetenschappelijke kringen. Want ja, dat zal toch wel kloppen?
We rekken de historie nog een klein beetje op met een uiterst belangrijk project, wat aan de basis ligt van de huidige genetica en waar we vandaag de dag mee te maken hebben.
Human Genome Project
Het Human Genome Project (HGP) was een grootschalig internationaal onderzoeksproject, met als doel om het menselijk genoom in kaart te brengen. In oktober 1990 ging het van start en vanaf dat moment stroomden de dollars binnen.
Rond het jaar 2000 werd het al wereldwijd gepresenteerd als ‘the book of life’: de complete genetische blauwdruk van de mens. Het idee was dat deze code in essentie vastligt vanaf het begin van ons leven en bepaalt hoe we functioneren.
Het publiek kreeg te horen dat hun gezondheidsbestemmingen werden geschreven in nucleotide-sequenties, die wachtten om gelezen te worden.
In april 2003 werd bekendgemaakt dat het project was voltooid. Het belangrijkste resultaat was een eerste versie van het menselijk genoom: een lange reeks van ongeveer drie miljard letters die samen onze genetische code zouden vormen. Althans, zo wordt het officieel gepresenteerd.
Je zou misschien verwachten dat hiervoor het DNA van één mens volledig in kaart is gebracht. In werkelijkheid is het genoom samengesteld uit ‘DNA-materiaal’ van meerdere mensen en geanalyseerd in verschillende laboratoria over de hele wereld. Al die gegevens werden samengebracht en met behulp van computers tot één geheel verwerkt. Daarbij bleken er behoorlijk wat hiaten en onzekerheden te zijn. Lege stukken in de code zijn met behulp van berekeningen en aannames later ingevuld.
Als iedereen uniek is en een uniek DNA profiel heeft, wat is dan het nut om dat te houden tegen een referentie-DNA dat is samengesteld uit meerdere mensen en deels gebaseerd is op aannames?
In de jaren na 2003 groeide de hoeveelheid genetische kennis snel. Nieuwe inzichten lieten zien dat het beeld complexer is dan aanvankelijk werd gedacht.
De eerste versie van het boek, van circa vier miljard dollar, is in rook opgegaan. Er komt nog geregeld een nieuwe versie uit.
Wereld DNA dag
Sinds 2003 wordt jaarlijks op 25 april, door het National Human Genome Research Institute, Wereld DNA dag gehouden. Studenten, docenten en het grote publiek komen samen om de voltooiing van het menselijk genoomproject in 2003 en de ontdekking van de dubbele helix in 1953 te vieren.
Dat is leuk, maar het project nooit afgerond en de dubbele helix nooit aangetoond. DNA en genen zijn nooit waargenomen en de werking van beide is niet zoals wordt aangenomen.
Hoe staan we er nu dan voor?
DNA vandaag de dag
Waar staan we nu met betrekking tot het bestuderen van DNA dat zo stevig in een cel zit opgesloten? De techniek om DNA uit de cel te bevrijden, maakt in wezen nog steeds gebruik van dezelfde chemische methoden die Miescher in 1869 toepaste. Laten we een voorbeeld geven.
We nemen een speekselmonster
Eén milliliter speeksel kan honderd miljoen of meer micro-organismen bevatten, zoals bacteriën en schimmels, verdeeld over zo’n 500 of meer verschillende soorten. Deze bacteriesoorten, bijvoorbeeld de veelvoorkomende Streptococcus Mutans, kunnen in hetzelfde monster genetische variaties bevatten. Er kunnen dan in dat speekselmonster miljarden organismen zitten.
Uit zo’n complex mengsel wordt niet één genoom gehaald, want dat kunnen ze niet vinden. In plaats daarvan wordt er iets toegevoegd, Lysis buffer genoemd, waar onder andere chemicaliën in zitten. Dat wordt allemaal door elkaar gemengd tot een chemische brei.
In een laboratorium knippen ze dat tot zeer kleine segmenten van zo’n 150 nucleotiden (de bouwstenen). Dat kunnen tientallen miljarden stukjes zijn. Dan komt de computer in beeld.
Computer DNA
Er zijn meerdere methoden en ook diverse soorten apparatuur om de volgorde van DNA-basen (A, T, C, G) te bepalen. Dat proces wordt sequencing genoemd. Die miljarden kleine chemische segmenten, waarvan niet bekend is van welk organisme ze afkomstig zijn, gaan een machine in. Alle segmenten die bij het menselijk genoom horen, moeten door de computer dan aan elkaar worden geregen.

Ik heb het al eens eerder vergeleken met een leesboek. Je hebt allemaal losse woorden en fracties van zinnen, zelfs van meerdere boeken door elkaar heen. Je moet daar een bestaand boek van maken met een specifieke titel, in dit geval jouw levensboek. Hoe doe je dat als je het originele boek nooit hebt gezien?
De vraag die dan opkomt is: wat meten ze als ze werken met die onzichtbare bouwstenen? Om je een heel technisch verhaal te besparen, komt het er op neer dat ze elektrische lading meten, al wordt dat niet zo gebracht. Dat is een heel belangrijk gegeven, dat later in het artikel terugkomt.
Tot op de dag van vandaag is nog nooit een DNA molecuul van één enkel organisme van begin tot eind gelezen. Hebben ze een foto dan?
Nog steeds geen foto
Als je de hele DNA string uit een cel zou uittrekken, dat zou je een lange draad krijgen van ruim twee meter. Na decennia van technologische vooruitgang bestaat er nog geen duidelijke foto van. Ook niet eentje die overeenkomt met de iconische dubbele helix.
De pogingen tot directe beeldvorming van DNA leveren onduidelijke, korrelige structuren op. Biologisch (dood) materiaal wordt altijd vooraf chemisch behandeld. Je weet dus nooit, of waar je naar kijkt in het levende organisme aanwezig was en een bijproduct is (artefact) van de behandeling.

Wat kunnen we wel zien?
Je zou dan kunnen kijken naar wat je kunt waarnemen in een levende cel onder een lichtmicroscoop. Dan zie je een dun membraan (de buitenste laag); je ziet het cytoplasma, wat gestructureerd water is (ook wel EZ-water of de vierde fase van water genoemd); je ziet kleine zwarte puntjes in het cytoplasma (de mitochondriën) en je ziet een celkern die altijd cirkel- of koepelvormig is.
Meer kun je niet zien. De rest is speculatie.

Bij het observeren van celdeling (mitose) zijn draadachtige structuren zichtbaar. De wetenschap oppert dat dit chromosomen zijn. Maar deze zijn alleen waarneembaar in foetale cellen, die voorkomen in embryo’s of ongeboren baby’s. Chromosomen zijn niet in alle levende cellen te zien.
Het vangen van chromosomen betekent het stoppen van het celdelingsproces, wat leidt tot celdood. Het bestuderen van dode cellen kan ons weinig vertellen over hoe de natuur werkt.
Daarom is de huidige DNA-theorie moeilijk te bewijzen.
Genen maximaal 10% verantwoordelijk
Ondanks investeringen van miljarden dollars en meer dan 700 genoombrede studies naar 80 verschillende ziekten, is genetisch onderzoek er niet in geslaagd de belangrijke ziektegenen te vinden waarvan men met zekerheid verwachtte dat ze zouden bestaan.
De meest uitgebreide genetische studies die ooit zijn uitgevoerd, tonen aan dat genen maximaal vijf tot tien procent bijdragen aan veel voorkomende ziekten, zoals hartkwalen, kanker, beroerte, diabetes en psychische aandoeningen.
Epigenetica als reddingsboei
Epigenetica verscheen precies op het moment dat het paradigma gered moest worden. Epigenetica is een lapmiddel voor een kapotte theorie. Het kwam niet als een ontdekking, maar als een reddingsboei; een manier om het genetische kader overeind te houden.
Epigenetica wordt gebracht als kleine chemische markeringen op het DNA, die kunnen beïnvloeden of bepaalde genen actief zijn of juist niet. Ze veranderen de DNA-code zelf niet, maar werken als een soort schakelaars die genen aan of uit kunnen zetten. Factoren zoals voeding, stress, leefstijl en omgeving kunnen invloed hebben op deze epigenetische markeringen.
Wanneer tweelingen op elkaar lijken, verklaart de genetica dat. Wanneer ze van elkaar verschillen, verklaart nu ineens de epigenetica dat. Geen enkele uitkomst kan het raamwerk tegenspreken, omdat elke uitkomst erin kan worden opgenomen.
Een theorie die niet fout kan zijn, is geen wetenschappelijke theorie, maar lijkt eerder op een geloofssysteem.
Vlekkeloos imago
DNA heeft een zeer goed en betrouwbaar imago waarbij de dubbele helix een icoon is geworden, vertegenwoordigt in beeldhouwwerken, kunst, sieraden en zelfs speelgoed.

Het vlekkeloze imago komt met name door tv series en films waarin een rechtszaak speelt. DNA vervult daar vaak een hoofdrol. Het wordt gepresenteerd als het onweerlegbaar bewijs dat iemand aanwijst of vrijspreekt als dader.
Het laat ons geloven dat de nauwkeurigheid onbetwistbaar is. De werkelijkheid ligt iets genuanceerder. Laten we daar eens naar kijken.
Forensisch onderzoek
Al meer dan vijfendertig jaar wordt DNA beschouwd als de onaantastbare waarheidsverteller in de rechtszaal. Een biologische signatuur die immuun is voor fouten en twijfel. DNA-profilering is een belangrijke techniek in de forensische wetenschap waarmee unieke DNA-patronen van individuen worden geïdentificeerd.
Hoewel de geschiedenis van forensisch onderzoek teruggaat tot het oude Egypte, vindt de moderne DNA-profilering zijn oorsprong in een enkel moment op 10 september 1984. Professor Alec Jeffreys werkte in Leicester, in het Verenigd Koninkrijk, met DNA-monsters van een familie. Hij deed geen forensisch onderzoek, maar bestudeerde de genetische variatie. Toen hij op die bewuste dag een röntgenfoto bekeek, zag hij bandenpatronen bij het kind, die een combinatie leken te zijn van de patronen van de ouders.
Hij concludeerde daaruit dat ieder mens een unieke DNA-barcode heeft en dat deze patronen op voorspelbare wijze worden overgeërfd. Hij noemde het de DNA-vingerafdruk.
Van een patroon, binnen een gezin van drie personen, dat onder specifieke laboratoriumomstandigheden was waargenomen, leidde Jeffreys een universeel principe af.
Een correcte validatie zou honderden monsters uit diverse populaties hebben vereist, geanalyseerd door onafhankelijke laboratoria die niet wisten van wie welke monsters afkomstig waren. Dat is niet gebeurd.
Er is geen controleonderzoek geweest, geen blindtest en er is geen benchmark gedaan. Sinds 1987 wordt DNA-profilering gebruikt in Amerikaanse rechtbanken.
Ook in Nederland en België wordt deze techniek toegepast.
Geen test zonder uitslag vooraf
In de Verenigde Staten wil een forensisch laboratorium graag alle informatie hebben over de strafzaak, over het slachtoffer, de verdachte(n), de aanklager, zelfs wie de detectives zijn en wat hun mening is. De labs testen niet blind, ze willen alles weten.
Dr. Dan Krane, een geneticus die als expert is opgetreden in meer dan 100 rechtszaken, heeft jarenlang geprobeerd te begrijpen waarom forensische DNA-laboratoria zich verzetten tegen blind testen.
Het is volgens Krane vergelijkbaar met een leerling die aan een leraar, voorafgaand aan een test, de antwoorden vraagt omdat hij dan zeker weet dat hij de test goed zal maken.
In 2008 publiceerden Krane en zijn collega’s een brief in de Journal of Forensic Sciences. Daarin stelden ze voor dat analisten, monsters van de plaats delict zouden interpreteren voordat ze het profiel van de verdachte te zien krijgen. Dit is de minimale standaard waaraan elke legitieme wetenschap zou moeten voldoen. Het voorstel werd genegeerd. Voor forensische laboratoria is blind testen nog steeds geen standaard werkwijze.
Onterecht berecht?
In Georgië was een man naar aanleiding van DNA onderzoek, berecht voor een zedenmisdrijf. Vanuit het forensisch lab kwam de melding dat de verdachte niet kon worden uitgesloten (dat is de gebruikte term). Ondanks dat er geen enkele zekerheid was of de verdachte daadwerkelijk bij het delict betrokken was, werd hij wel veroordeeld.
Een onafhankelijk onderzoeker heeft in de Verenigde Staten het DNA van die zaak, naar 17 door de overheid geaccrediteerde forensische laboratoria gestuurd. Ze ontvingen alleen de DNA-gegevens zelf, zonder iets te weten over de aanklacht, de getuigen of de aanklager. Hun enige taak was het DNA-mengsel te onderzoeken. Het resultaat: slechts 1 van de 17 was het eens met de oorspronkelijke conclusie van het laboratorium. Dat is 6 procent.
Dat was geen uitzondering.
Lagere score dan multiplechoicetest
In een onderzoek in de VS van het National Institute of Standards and Technology, werden in 2013, DNA-mengsels naar 108 geaccrediteerde laboratoria gestuurd. Bij een mengsel van drie personen kwam slechts zes procent tot de juiste conclusie.
De geclaimde nauwkeurigheid van forensisch DNA-onderzoek van 99,8 procent stortte in tot giswerk, toen analisten niet wisten welk antwoord verwacht werd. Als je er een multiplechoicetest van maakt en gaat gokken, heb je waarschijnlijk een betere score.
Het valt ook niet mee om dergelijke pieken te interpreteren. Er worden toxische stoffen gebruikt om het monster voor te bereiden en kleurstoffen om het beeld duidelijker te maken.

Teveel kleurstof? Dan krijg je de blob. Bij het kopieerproces kunnen kleine spikes ontstaan (stutter). Noise zijn invloeden van buiten die niets met het profiel te maken hebben.
Zo zijn er tal van invloeden die impact hebben op de grafische weergave, waardoor veel menselijke interpretatie nodig is.
Dat kan tot fouten leiden, wat nog erger wordt wanneer ze zelf aan de instellingen van de computer gaan sleutelen.
Computer instellingen worden zelf aangepast
Ook het meest geautomatiseerde deel van het proces, de analyse die door machines wordt uitgevoerd, verschilt van laboratorium tot laboratorium. Forensische profileringsapparatuur versterkt onder andere DNA tot een waarneembaar niveau.
De meeste laboratoria versterken DNA tot het maximum dat de fabrikant aanbeveelt. Maar wanneer dat niet voldoende is om leesbare pieken te produceren, passen sommige laboratoria de instellingen aan om resultaten te verkrijgen. Daardoor kunnen pieken verschijnen waar er geen zijn, terwijl andere pieken juist verdwijnen.
Zo zijn er talloze voorbeelden van mensen die werden verdacht van een misdrijf, terwijl ze nooit de dader konden zijn. Sommigen zijn veroordeeld of juist vrijgesproken. Maar op basis waarvan precies? DNA blijkt in ieder geval geen perfecte getuige.
Eens kijken of erfelijkheid iets beter uit de bus komt.
Erfelijkheid
Vergeleken met een misdaadsituatie, zou een erfelijkheidstest wat simpeler moeten zijn. Een mooi schoon wangslijmuitstrijkje van een enkel mens, hoe moeilijk kan het zijn?
Wil de echte vader opstaan?
In Duitsland is een blind onderzoek uitgevoerd met 336 kinderen en 348 niet-verwante mannen, waarvan ze wisten dat ze niet de vaders van de kinderen waren. De profielen van de moeders werden buiten beschouwing gelaten. Met behulp van gangbare analysemethoden werden 322 kinderen gelinkt aan ten minste één niet-verwante vader.
Dat betekent dat bijna 96% van deze kinderen een match had met vaders die onmogelijk hun biologische vader konden zijn. Veel kinderen hadden een match met meerdere vaders. Een kind had zelfs een match met 32 verschillende vaders. Zelfs toen het profiel van de moeders werd ingevoerd had de uitslag significante fouten.
Vaderschapstesten worden gebruikt om alimentatieverplichtingen vast te stellen en beslissingen over voogdij te beïnvloeden. Levens hangen af van resultaten die laboratoria presenteren met een waarschijnlijkheid van 99,8% of zelfs hoger.
Een mens met verschillend DNA
In de Amerikaanse staat Washington werd Lydia Fairchild bijstand geweigerd. Uit een DNA-test bleek namelijk dat zij niet de moeder zou zijn van haar eigen twee kinderen. Haar werd verteld dat DNA niet liegt en volledig betrouwbaar is.
Op basis daarvan werd ze aangeklaagd voor uitkeringsfraude en later zelfs verdacht van de ontvoering van haar eigen kinderen, ondanks verklaringen van de biologische vader, haar moeder en foto’s die het tegendeel bewezen.
Omdat Lydia op dat moment zwanger was van haar derde kind, besloot de rechter dat direct na de bevalling opnieuw een DNA-test moest worden uitgevoerd. Tot ieders verbazing wees ook deze test uit dat zij niet de moeder was.
Aanvankelijk wilde geen enkele advocaat haar zaak aannemen: het DNA had immers gesproken. Uiteindelijk vond ze toch een advocaat die bereid was verder te kijken. Hij legde een verband met een vergelijkbare zaak uit 2002 waarin eveneens een vrouw op basis van DNA niet als moeder werd herkend. Dit leidde tot de ontdekking dat iemand twee verschillende DNA-profielen kan hebben.
Bij Lydia bleek dat in ander lichaamsweefsel wel DNA aanwezig was dat overeenkwam met dat van haar kinderen. Twee jaar na de aanklacht werd ze uiteindelijk vrijgesproken.
Dierlijk vs menselijk DNA
Het valt kennelijk niet mee om dierlijk en menselijk DNA van elkaar te onderscheiden. Er zijn dierlijke DNA monsters naar commerciële bedrijven gestuurd alsof het menselijk DNA was en omgekeerd. Zo hebben ancestry-bedrijven specifieke etnische percentages van mensen gevonden op basis van honden-DNA en zijn ras percentages gevonden op basis van menselijke monsters.
Hoe zit het dan met GMO voeding?
Genetisch gemanipuleerde organismen (GMO) hebben niet perse iets met genen te maken. GMO is gebaseerd op het vermogen van micro-enzymen en levend weefsel, om hun structuur en functie te reorganiseren als reactie op schade of verstoringen in de omgeving.
Planten worden doelgericht kunstmatig belast, behandeld met vreemd materiaal en chemisch gemanipuleerd. Het doel is een product te ontwikkelen dat wettelijk als ‘innovatief’ kan worden aangemerkt en daardoor patenteerbaar is.
Dit heeft verstrekkende gevolgen: boeren verliezen de zeggenschap over hun zaden, biodiversiteit maakt plaats voor monoculturen en de voedselketen komt steeds meer in handen van een beperkt aantal grote bedrijven. Het is een kunstmatig gecreëerd model van afhankelijkheid. Het eindproduct kan schadelijk zijn voor de consument.
Planten hebben helemaal geen genetische modificatie nodig om zich aan te passen. Ze beschikken van nature over het vermogen om zich te verdedigen tegen droogte, hitte en plagen; een kwaliteit van de natuur die al decennialang wordt waargenomen.
Als de werking van DNA en de genen, anders is dan ons wordt voorgelegd, hoe werkt het dan wel? Hoewel dat feitelijk niet bekend is, zijn er twee kanshebbers die samen sterk staan.
Bio-elektriciteit & EZ water
De bio-elektriciteit in ons lichaam en het gestructureerde water in onze cellen zijn gezamenlijk een natuurlijke en logische manier om te verklaren wat nu aan het genoom wordt toegekend.
Bio-elektriciteit als taal voor het lichaam
Het is al meer dan honderd jaar bekend, dat lichaamscellen bio-elektrische activiteit vertonen. Deze elektrische signalen vormen als het ware een communicatietaal waarmee het lichaam processen aanstuurt die te maken hebben met groei en vorm, ook wel morfogenese genoemd.
Bio-elektriciteit dient als een medium voor collectieve, cellulaire intelligentie; een krachtige interface die cellen en weefsels aan elkaar blootstellen. Dat maakt herprogrammering mogelijk en helpt het bij het begrijpen van evolutionaire veranderingen.
Bio-elektrische signalen spelen een rol bij uiteenlopende processen, van het herstellen van beschadigd weefsel tot de ontwikkeling van embryo’s. De elektrische spanning is daarbij niet willekeurig: patronen kunnen stabiel blijven en invloed uitoefenen op toekomstig celgedrag.
Het elektroom
De totale bio-elektrische activiteit van cellen, weefsels en organismen en de samenhang daarvan met andere biologische systemen, wordt ook wel het elektroom genoemd. Het elektroom regelt morfogenese, regeneratie, celdeling, patroongeheugen, cognitie en elke andere functies die aan het genoom worden toegeschreven.
Het zogenaamde sequencen leest in dat geval geen genetisch script, maar detecteert elektrische signalen en die worden dan nucleotiden genoemd.
Regeneratie zonder DNA
Bij sommige organismen zijn de effecten van bio-elektrische sturing goed zichtbaar. Zo kan een planaria (een type platworm) een verloren lichaamsdeel opnieuw laten aangroeien. Als een planaria een staart verliest groet er een nieuwe staart, als het dier een kop verliest groeit er een nieuwe kop.
Als je op de plek waar de staart zat, het bio-elektrisch veld beïnvloed, ontstaat op die plek een kop, geen staart. Als je vervolgens de worm met twee koppen in tweeën snijdt, ontstaan er twee hele wormen met ieder twee koppen. Je hebt een nieuw soort gecreëerd, maar het DNA is niet veranderd.
EZ water slaat het allemaal op
Zoals je in het artikel Water is niet gewoon maar water kunt lezen, bevindt vrijwel al ons cellulaire water in een vierde gelachtige fase: een vloeibaar kristal. Deze vierde fase, wordt ook wel Exclusion Zone (EZ) genoemd, omdat het automatisch alle onzuiverheden buitensluit.

De EZ heeft een capaciteit voor opslag van geheugen, die de capaciteit van de huidige generatie computers ver overstijgt. Er zijn onderzoeken gedaan die hebben aangetoond dat EZ water, DNA-sequentie-informatie kan opslaan.
De elektrische lading van EZ-water zijn bio-elektrische signalen, die rechtstreeks kunnen overbrengen wat zogenaamd via genetische code wordt overgedragen. Wie weet kan dat generatie overstijgende informatie zijn. Als de cruciale informatie al in het EZ-water zit, waarom zou het lichaam dan nog DNA creëren?
We zijn natuurwezens, geen chemische producten
Niet alles kan via de chemie en formules worden verklaart. We zijn natuurwezens en functioneren, net zoals dieren en planten, dankzij bio-elektrische lading. Als je hart weer op gang moet worden gebracht gebeurt dat met elektriciteit, niet met chemie. De celspanning van een lichaamscel kun je meten en daarbij vaststellen of die cel gezond is of niet.
Kankercellen kunnen herstellen
In geval van kanker vermindert de elektrische lading van een gezonde lichaamscel en raakt losgekoppeld van het elektroom. De losgekoppelde cel verbreekt de natuurlijke verbinding en wordt een kankercel. Het is een disconnectie van vorm en doel ten opzichte van een gezonde cel.
Bij dierproeven herstelde de activiteit van kankercellen zich volledig op basis van bio-elektriciteit. De betreffende kankercellen voegde zich weer bij het elektroom waarvan ze waren afgesplitst. Ze functioneerden weer als een gezonde cel, zonder ook maar een cel te doden.
Vorm komt niet voort uit DNA
Desoxiribonucleïnezuur kan op zichzelf best in het lichaam als een zuur bestaan. Omdat alles in het lichaam een functie heeft zal dat zuur ook een functie hebben.
Genen vertellen ons lichaam in ieder geval niet wat ze moeten maken, in welke vorm en wanneer. De vorm van ons complete lichaam, komt niet voort uit DNA. Het DNA heeft geen idee waar je al je ledematen, je organen of zintuigen zitten en hoe groot of klein iets is.
Zo hebben we in ons lichaam meer dan honderdduizend proteïnen. De theorie is dat een afzonderlijk gen verantwoordelijk is voor een bepaalde proteïne. Het was daarom een shock voor de wetenschap dat de mens slechts 20.000 genen heeft, waar ze er minstens honderdduizend hadden verwacht. Een muis heeft er toch maar mooi 22.000.
De blauwdruk zit niet in de stenen
De wetenschap gaat er nog steeds vanuit, dat de oorsprong van ons bestaan in onze cellen te vinden moet zijn. Alles moet door de wetenschap maar vanuit de materie worden verklaart. De blauwdruk van een huis vindt je niet door de stenen in stukjes te hakken en te behandelen met chemicaliën. Je moet bij de architect zijn, die best in dat huis kan wonen.
Bewustzijn overstijgt materie
We zijn al zo lang ondergedompeld in het denken dat materie alles kan verklaren. Misschien wordt het tijd dat de wetenschap zich openstelt voor het idee dat niet alles in de fysieke wereld verklaart kan worden. Dat ons bewustzijn op het leven inwerkt, of zelfs het leven als geheel manifesteert.
Nou zal dat niet snel gebeuren. Want er zijn partijen die een belang hebben dat we op deze weg blijven.
Afschuifsysteem
Politici omarmen genetische verklaringen omdat die de verantwoordelijkheid van de overheid voor de volksgezondheid wegnemen. Bedrijven vinden het prettig omdat het de schuld afschuift. Genetische verklaringen beschermen farmaceutische bedrijven tegen aansprakelijkheid.
Medisch onderzoekers ontdekken dat genetisch onderzoek veel gemakkelijker financiering aantrekt dan milieuonderzoek. Het onderzoeken van chemische oorzaken van ziekten betekent minder geld, plus dat je de belangen van de industrie moet trotseren.
Jouw ziekte wordt niet veroorzaakt door wat je is aangedaan. Het wordt veroorzaakt door wie je bent. Jouw (voor)ouders hebben een afwijking doorgegeven. Geen enkel bedrijf is aansprakelijk. Geen toezichthouder is nalatig. Geen beleid heeft gefaald.
Financieel gewin
Genetische geneeskunde opent nieuwe markten. Wat ze op de markt brengen als gentherapieën, gepersonaliseerde genomische behandelingen, levenslange genetische monitoring is een infrastructuur die een financiële inkomstenstroom kan genereren die de huidige inkomsten ver zal overtreffen.
Nieuwe kans voor eugenetica?
Weet je het nog? In de eerste helft van de vorige eeuw hadden we eugenetica, wat ‘goed van afkomst’ betekent. Het was het streven naar onderzoek van mogelijkheden en maatregelen tot verbetering van de genetische samenstelling van een populatie of groep. In die periode kwamen er in verschillende landen programma’s voor gedwongen sterilisatie, huwelijksverboden of afzonderen door opsluiting.
Als we niet oppassen zitten we weer op die weg. Als je een DNA-uitslag krijgt, dan kan je dat geruststellen (je hoort er bij) of juist angstig maken (jij bent anders). Het kan een norm zetten: wat telt als gezond, normaal of gewenst? In welke groep (genen) hoor jij thuis?
Eind vorige eeuw werd al gesproken over een genoomcreditcard, waar al je genetische informatie op staat. Zijn jouw genen goed genoeg voor een medische behandeling? Betaal je meer aan zorgkosten omdat je ‘defecte genen’ hebt? Moet je verplicht een bepaalde medische behandeling ondergaan om ergens voor in aanmerking te komen?
Het is een weg die kan laten zien hoe een wetenschappelijk goed idee, kan veranderen in beleid dat mensen reduceert tot cijfers en categorieën.
Goed, maar wat kan ik hier nu allemaal mee?
Als je arts zegt dat wat jij hebt ‘genetisch’ is, of dat jij ‘drager’ bent, een ‘mutatie’ hebt of een ‘variant’; als het nieuws spreekt over genetische factoren, of jouw screeningstest een ‘afwijking’ meldt, sta dan even stil.
Stel jezelf de vraag: wat zou dit nog meer kunnen veroorzaken dan mijn DNA? Heeft iemand daar al naar gekeken? Het antwoord is bijna altijd nee. Niemand heeft gekeken omdat niemand betaald is om te kijken.
De genetica heeft haar gezag mede te danken aan haar woordkeuze. In zowel Nederland als België lees je dezelfde woorden op de websites van ziekenhuizen, instellingen en in brochures.
Het terrein bepaalt, niet de genen
Als blootstelling aan giftige stoffen zowel DNA-schade als kanker veroorzaakt, dan zegt het vinden van een DNA-variant bij kankerpatiënten, niets over de oorzaak. Familiare clustering van ziekten treedt niet per definitie op omdat ze een defect gen delen.
Families delen waterbronnen, luchtkwaliteit, voedingsgewoonten, blootstelling aan chemicaliën, stresspatronen, stralingsbelasting en andere omgevingsfactoren.
Vaak delen families ook een gelijksoortige mindset die van generatie op generatie wordt doorgegeven: ‘Het zit in de familie, mijn oma had die ziekte al, mijn moeder nu, dus zal ik het ook wel krijgen’.
Bevolkingsgroepen die westerse gewoonten aannemen, of naar steden met westerse levensstijlen verhuizen, verwerven het spectrum van ziekten van hun geadopteerde land of omgeving. Deze gegevens zijn moeilijk te weerleggen. Het heeft allemaal niets met DNA te maken.
Voeding, leefstijl, blootstelling aan elektromagnetische straling, toxische belasting, chronische stress en je mindset. Dan heb je de kern wel te pakken waar je voor jezelf naar kunt kijken. Je hebt misschien niet op alles invloed, maar wel hoe je er over denkt en er mee omgaat.
Meerdere manieren van kijken
Er zijn meerdere manieren om te kijken naar de oorzaak van een bepaalde gezondheidssituatie.
Vanuit de Germaanse Geneeskunde bijvoorbeeld zijn ziekten geen zinloze afwijkingen, maar processen die een organisme eerder helpen te overleven, in plaats van te vernietigen. Ziekte wordt veroorzaakt door een conflictshock en symptomen zijn veelal een teken dat het lichaam aan het genezen is. Als je de moed hebt om te onderzoeken welk conflict aan de basis ligt van wat jij ervaart, zit je al op de weg van heling.
De mens beschikt van nature over enorme, zelfherstellende vermogens. We zijn alleen niet zo gewend om op die manier te kijken en daar mee te werken.
Tot slot
Hoe kan het dat de mens, in zijn oneindige wijsheid, heeft besloten dat de beste manier om te ontdekken wat leven is, door het te doden, te vergiftigen en in kleine stukjes te bestuderen?
Moleculaire wetenschappers hebben de neiging om aan te nemen, dat wat ze uit hun lab experimenten hebben afgeleid, ook in het lichaam moet gebeuren. En dat de bijproducten die ze verkrijgen, deel uitmaken van de oorspronkelijke, levende, biologische materie.
Genen werden niet gevonden, maar ze zijn in het bestaan verklaard om patronen begrijpelijk te maken. DNA is geen waargenomen biologische entiteit. Er is geen enkel bewijs dat ons leven vanaf het begin vastligt en ook niet dat DNA bepaalt hoe we functioneren. Er is geen blauwdruk, niets ligt vast.
Iedere tien jaar moeten de tekstboeken herschreven worden omdat alles weer ingewikkelder in elkaar zit dan gedacht. Toch wordt de mens gevraagd om de ‘ontdekkingen’ en werkwijzen van de gevestigde wetenschap te accepteren; ze zijn immers bekroond met een Nobelprijs.
We hoeven alleen maar op de tekeningen en animaties te vertrouwen die ons zijn voorgeschoteld, om uit te leggen hoe het onzichtbare DNA, de hoeksteen van ons bestaan, er uit zou moeten zien en bepalend is voor onze gezondheid.
Al met al zijn er nog best wat openstaande vragen en valt het niet altijd mee, om door het huidige informatielandschap te navigeren.
Doe hoe dan ook, altijd je eigen onderzoek en maak gezonde keuzes voor jezelf.
Referenties:
- Ueber die Chemische Zusammensetzung der Eiterzellen, Von Dr. F. Miescher, in Medicinisch-Chemische Untersuchungen, aus dem Laboratorium für angewandte Chemie zu Tübingen, herausgegeben von Dr. Felix Hoppe-Seyler, Berlin 1871.
- Friedrich Miescher and the discovery of DNA, Ralf Dahm, Max Planck Institute for Developmental Biology, Department 3 – Genetics, 21 December 2004.
- General Nature Of The Genetic Code For Proteins, Dr. F.H.C. Crick et al., Medical Researc Council Unit for Molecular Biology, Cavendish Laboratory, Cambridge, December 30, 1961.
- Molecular structure of nucleic Acids, J.D. Watson, F.H.C. Crick, Medical Research Council Unit for the Study of the Molecular Structure of Biological Systems, Cavendish Laboratory, Cambridge. Nature, April 25, 1953.
- A Compendium of Genome-Wide Associations for Cancer: Critical Synopsis and Reappraisal, John P. A. Ioannidis et al., University of Ioannina School of Medicine, 16 April 2010.
- Genetics: Genome in Dissolution, Ulrich Bahnsen, November 01, 2008
- Erfelijkheids- en DNA- onderzoek, UMC Utrecht, Divisie laboratoria, apotheek en biomedische genetica, afdeling genetica, april 2020
- The Structure of Sodium Thymonucleate Fibres part 1. The influence of water content, By Rosalind E. Franklin and R.G. Gosling, 6 march 1953.
- Rosalind Franklin’s X-ray photo of DNA as an undergraduate optical diffraction experiment, J. Thompson et al., Department of Physics, Xavier University, Cincinnati, Ohio 45207. Published in the America Journal of Physics, February 01, 2018.
- Evaluating Forensic DNA evidence, part 1., William C. Thompson et al., National Association of Criminal Defense Lawyers, April 2003.
- Veiligheidsinformatieblad Buffer AL, Versie 3.0 herzieningsdatum 27.09.2025, www.qiagen.com
- DNA Science: Modeling Rosalind Franklin’s Discovery with a Pen Spring, Inspired by The Physics Teacher’s, by Gregory Braun, Dennis Tierney, and Heidrun Schmitzer.
- The problem of single parent/child paternity analysis-Practical results involving 336 children and 348 unrelated men, Micaela Poetsch et al., Forensic Science International, 2 June 2006
- Sequential Unmasking: A Means of Minimizing Observer, Dan Krane Ph.D et al., Letter to the editor of Journal Forensic Science, July 2008, Vol. 53, No. 4,
- Subjectivity and bias in forensic DNA mixture interpretation, Itiel E. Dror and Greg Hampikian, Forensic Science Society. Published by Elsevier Ireland Ltd. 2011
- The Living Cell, H. Hillman and P. Sartory, Unity Laboratory, Department of Human Biology and Health, 1980, ISBN 0 906527 01 5.
- Serious Indictment of Modern Cell Biology and Neurobiology, Harold Hillman, Unity Laboratory of Applied Neurobiology, Guildford, Surrey, GU1 2BX, U.K.,1972
- The Great DNA Data Deficit: Are Genes for Disease a Mirage? October 21, 2015, Jonathan Latham PhD.
- Bioelectric Control of Metastasis in Solid Tumors, Samantha L. Payne, PhD, Michael Levin, PhD, and Madeleine J. Oudin, PhD, BIOELECTRICITY Volume 1, Number 3, 2019
- EZ Water and the Origin of Life, Gerald H. Pollack, University of Washington, Seattle, USA, 2022; article no. ARRB.89894.
- The cell’s self-generated “electrome”: The biophysical essence of the immaterial dimension of Life?, Arnold de Loof, Communicative & Integrative Biology, 9:5, July 2016, DOI: 10.1080/19420889.2016.1197446
- We are Electric, The New Science of Our Body’s Electrome, Sally Adee, digital edition, 2023 by Canongate Books, eISBN 978 1 83885 333 4
- National Human Genome Research Institute
- Voorbeeld eindresultaat DNA sequenciebepaling
- https://www.illumina.com
- https://www.omim.org/
- DNA discovery, extraction and structure. A critical review
- The emporer’s new genes
- Fool’s Gold Standard: the unvalidated science of DNA
- Universiteit van Antwerpen, centrum voor gerechtelijke geneeskunde
- Who’s The Daddy?
- Dissolving (DNA) illusions
- Genetics is not a fraud, it’s worse
- Scientists identify seventh and eighth base of DNA
- The DNA illusion: how innocent people are being trapped by science’s gold standard
- Forensic Bioinformatics – forensic DNA testing
- Our bodies are full of electricity that could help us fight cancer
- Germaanse Geneeskunde
- The Levin Lab – Bioelectricity
- The Nobel Prize: Albrecht Kossel
- The Nobel Prize: James Watson
- The Nobel Prize: Francis Crick




