Het fictieve bestaan van antilichamen

Antilichamen vormen een belangrijke hoeksteen van het immuunsysteem, terwijl ze zijn gebaseerd op een theoretisch model, waar aannames al meer dan een eeuw als feiten worden gepresenteerd.

Wat zijn antilichamen?

Volgens de huidige definitie zijn antilichamen, ook wel immunoglobulinen of antistoffen genoemd, Y-vormige eiwitmoleculen die door het immuunsysteem worden aangemaakt als reactie op binnengedrongen antigenen. Antigenen zijn lichaamsvreemde stoffen die zich doorgaans bevinden aan het oppervlak van pathogenen (ziekteverwekkers) en een reactie van het immuunsysteem teweegbrengen.

De binding tussen een antilichaam en antigeen maakt de pathogeen, waartoe het antigeen behoort, onschadelijk. Dat is het idee.

Antilichamen zouden daarbij zeer specifiek zijn: voor iedere soort pathogeen, één type antilichaam. Volgens wetenschappelijke schattingen (die wel eens kunnen variëren), kan het menselijk lichaam minstens een biljoen unieke antilichamen aanmaken.

Er wordt aangenomen dat de aanwezigheid van voldoende antilichamen bescherming, ofwel immuniteit, biedt tegen ziekten en infecties.

De meeste mensen gaan ervan uit dat dit allemaal klopt en gebaseerd is op degelijk, wetenschappelijk onderzoek. Dat blijkt niet zo te zijn, zoals we later zullen zien. We gaan namelijk eerst even terug in de tijd.

De historie van antilichamen

We beginnen we bij de historische tijdlijn. Die werpt namelijk een interessant licht op de zaak. Ik heb bepaalde woorden vet gemaakt, dan zie je sneller het patroon.

De onafhankelijke variabele

Als je wilt onderzoeken of een bepaald deeltje een specifieke reactie in het lichaam veroorzaakt, moet je werken met een onafhankelijke variabele. Dat betekent dat je alle andere invloeden uitsluit om zeker te weten dat alleen dat ene deeltje verantwoordelijk is voor de waargenomen reactie.

Om dat te doen, moet je het deeltje volledig isoleren van andere stoffen en het zuiveren van alles wat er niet bij hoort. Pas dan heb je een zuiver, geïsoleerd deeltje, dat je vervolgens op een wetenschappelijk manier kunt onderzoeken. Daarbij voer je ook controle-experimenten uit om je resultaten te toetsen. Want je wilt wel weten of je het bij het juiste eind hebt. Het is de basis van het werken volgens een wetenschappelijke methode. Toch wordt dit niet gedaan.

Zoals je in Waar is nou het virus? kunt lezen is de wetenschap er nog nooit in geslaagd om direct uit een vloeistofmonster, van mens noch dier, een ‘virus’ te isoleren en de feitelijke werking ervan aan te tonen. ‘Virussen’ zouden een diameter hebben tussen de 20 en 300 nanometer (nm) en daarom te klein zijn om direct waar te nemen.

Antilichamen zijn nog kleiner, circa 10 nm. Eerder schreef ik al dat IBM een nanochip heeft ontwikkeld van slechts 2 nanometer en daar is een mooie foto van. Aan de technologie kan het dus niet liggen.

Als er geen direct bewijs is dat antilichamen bestaan, hoe werken de wetenschappers dan, vraag je je af. Indirect is het antwoord.

Indirecte methoden

In laboratoria worden verschillende technieken gebruikt om antilichamen ‘zichtbaar’ te maken. Dit gebeurt uitsluitend met indirecte methoden.

Deze indirecte methoden zijn ondermeer gebaseerd op chemische reacties, die de aanwezigheid van de onzichtbare antilichamen zouden aantonen. Dat betekent dat ze vorm en functie krijgen binnen een theoretisch model.

Het zou te ver voeren om in dit artikel uitgebreid in te gaan op alle gebruikte, indirecte technieken. Maar ik licht er kort één toe: kristallografie. Hierdoor krijg je een beeld van wat zo’n methode inhoudt en waarom dat niet volstaat als sluitend bewijs.

Kristallografie met röntgenstraling

Kristallografie is een techniek om de structuur van eiwitten in kaart te brengen. Hierbij worden eiwitten eerst tot kristalvorm gebracht en vervolgens blootgesteld aan röntgenstraling. Wanneer de straling het kristal raakt, verstrooien de stralen zich in verschillende richtingen. Dit levert een diffractiepatroon op: een soort versnipperd schaduwpatroon.

Wetenschappers analyseren dit patroon en gebruiken het om een driedimensionaal model te reconstrueren van het object dat de verstrooiing heeft veroorzaakt.

Maar stel je nu voor dat de zon een schaduw van jou op de grond laat zien, hoe nauwkeurig weerspiegelt die schaduw jouw werkelijke postuur? Dat niet alleen, al je lichaamsdelen zie je apart als schaduwen kris kras door elkaar. Hoe kun je daar een mens van maken, als je het origineel nooit hebt gezien? En wat gebeurt er als meerdere objecten dicht bij elkaar staan of elkaar overlappen? Dan ontstaat er een vermengd patroon, waarvan niet meer duidelijk is welk deel bij welk object hoort.

In plaats van het object zelf rechtstreeks te observeren, vertrouwen onderzoekers op het patroon dat indirect ontstaat. Ze reconstrueren op basis daarvan een model hoe het in de werkelijkheid zou kunnen zijn.

Er kan dus ook nooit met zekerheid worden vastgesteld of het gereconstrueerde model daadwerkelijk iets representeert dat überhaupt in de natuur voorkomt. Het levert wel mooi gekleurde plaatjes op.

Kortom: er worden chemische reacties gebruikt om onzichtbare antilichamen te detecteren en zo te beweren dat deze deeltjes aanwezig zijn.

De indirecte methoden zijn in hoge mate afhankelijk van interpretatie en aannames. En dat heeft consequenties, zoals we later zullen zien.

Een AI antilichaam

Antilichamen zijn zo niet specifiek als gedacht

Bijwerkingen van antilichamen

Hebben antilichaamtesten zin?

Beschermen ze nu wel of niet?

Uitlokking door vaccinatie

Een logo als promotie

Een bloeiende handel in antilichamen

Samengevat

Wat kun je doen?

  1. The mechanism of immunity in animals to diphtheria and tetanus, Emil von Behring and Shibasaburo Kitasato, 1890
  2. Ehrlich’s “Beautifull Pictures” and the Controversial Beginnings of Immunological Imagery by Alberto Cambrosio, Daniel Jacobi and Peter Keting, The History of Science Society 1993.
  3. Vaccine Adjuvants: Putting Innate Immunity to Work, Robert L. Coffman et al., Dynavax Technologies Corporation, Berkeley, CA 94710, USA, October 29 2010
  4. Immunology and Experimental Dermatology, Merrill W. Chase, The Rockefeller University, Immunol. 1985,.3: 1-29
  5. The History of Antibodies, Poster from Nature Immunology & Biolegend: enabling legendary discovery, geen datum
  6. A Guide to the Perplexed on the Specificity of Antibodies, Clifford B. Saper, Department of Neurology and Program in Neuroscience, Harvard Medical School and Beth Israel Deaconess, Medical Center, Boston, Massachusetts – Journal of Histochemistry & Cytochemistry – Volume 57(1): 1–5, 2009
  7. Magic Peptides, Magic Antibodies: Guidelines for appropriate Controls for Immunohistochemistry, Clifford B. Saper and Paul E. Sawchenko, Journal of Comparative Neurology, Volume 465, issue 2, October 2003.
  8. Three-dimensional structure of an intact human immunoglobulin, E. W. Silverton et al., Laboratory of Molecular Biology, Maryland 20014, Proc. Natl. Acad. Sci. USA, Vol. 74, No. 11, November 1977- Immunology.
  9. Transmission Electron Microscopy Observation of Antibody; Marina Kamogawa et.al.; Tokyo University of Science and Technology, Faculty of Industrial Science and Technology, 2011, Published by Elsevier Ltd.
  10. A Brief Chronicle of Antibody Research and Technological Advances; Kazutaka Araki and Ryota Maeda, Research and Technological Advances, open access article, 4 November 2024
  11. Antibodies are not required to a protective immune response against dengue virus elicited in a mouse encephalitis model, Jaime Henrique Amorim et al., 5 October 2015, Published in Virology Journal 2016, page 41-49
  12. The safety and side effects of monoclonal antibodies, Trevor T Hansel et al., 9 April 2010
  13. How end-user antibody validation facilitates insights into biology and disease, Karen S. Sfanos et al., Johns Hopkins University School of Medicine, Baltimore, USA, 2 November 2018
  14. Guide to Recombinant Antibody Engineering, white paper, Absolute Antibody, UK Headquarters: Wilton Centre, Redcar TS10 4RF
  15. In Silico Methods in Antibody Design, Jun Zhao et al., open access article Division of Biotechnology Review and Research, 8 June 2018
  16. Immunity- methods of diagnosis and therapy and their practical application, Dr. Julius Citron, 1912.
  17. The Nobel Prize – Emil Von Behring
  18. The Nobel Prize – Paul Ehrlich
  19. The Nobel Prize – Gerald M. Edelman
  20. The Nobel Prize – Rodney R. Porter
  21. The Nobel Prize – Niels K. Jerne, Georges J.F. Köhler, César Milstein
  22. Is Immunity Real?
  23. Antibody specificity
  24. Protein Data Bank Europe
  25. Monoclonal Antibodies to Emerge as Most Lucrative Product Segment