Niemand kan jou aansteken

Als de griep heerst, lopen collega’s op het werk te snotteren. Heb je vandaag met zo’n snotteraar in een vergadering gezeten, dan loop jij twee dagen later ook te hoesten en proesten. Je bent ervan overtuigd dat je bent aangestoken. Maar stel nu dat dit niet klopt en niemand jou kan aansteken? Dat er niet eens zoiets bestaat als een virus dat jou ziek kan maken? Hoe dat precies zit lees je in dit artikel.

We beginnen met drie definities, omdat deze in het artikel aan bod komen en van belang zijn voor een goed begrip van het onderwerp.

Virus
Volgens de microbiologie is een virus een microscopisch kleine ziekteverwekker die bestaat uit erfelijk materiaal van DNA of RNA, omgeven door proteïne. Een virus leeft niet. Het kan zich alleen vermenigvuldigen in een cel van een gastheer zoals een plant, dier of mens.

Isolatie
Volgens de Van Dale betekent isolatie: afzondering van anderen. Je zondert één ding af van de rest.

Transmissie
In de microbiologie betekent transmissie, het overdragen van een virus van een ziek mens of dier naar een gezond mens. Die gezonde mens ontwikkelt daardoor dezelfde symptomen en dezelfde ziekte. Transmissie kan direct plaatsvinden zoals een hand geven, zoenen of omhelzen. En indirect via zwevende (virus)deeltjes die door de lucht worden verspreid.

Laten we beginnen met wat historie, dat helpt bij het vormen van een goed beeld van de situatie in het heden en wat daar niet aan klopt.

Weerdokters

In de periode voor 1900 was de er de overtuiging dat weersinvloeden de oorzaak waren van luchtweginfecties. Dit gaat zo ver terug als het werk van Hippocrates zo’n 400 jaar voor Christus. Artsen die overtuigd waren van de invloed van het weer op de gezondheid werden weerdokters genoemd.

Een van die weerdokters was de Deen Dr. Christian Fibiger. Fibiger had zijn eigen weerstation en nam dagelijks circa negen metingen. In 1860 had hij meer dan 50.000 metingen gedaan. Op basis van een statistische analyse van die data legde hij de relatie tussen weersveranderingen en epidemieën. Hij en zijn collega’s waren ervan overtuigd dat klimatologische veranderingen bepalend waren voor epidemieën en niet de besmettelijkheid door micro-organismen.

De introductie van virussen

In 1892 presenteerde de Russische wetenschapper, Dimitri Ivanovsky een publicatie over de tabaksmozaïekziekte. Dat is een ziekte die voorkomt in planten. Ivanovsky gebruikte een speciale filter om aan te tonen dat het sap van een zieke tabaksplant na het te hebben gefilterd, nog steeds besmettelijk was voor gezonde planten. De Nederlandse microbioloog Martinus Beijerinck noemde in 1898 de betreffende onzichtbare stof een virus. Oorspronkelijk komt het woord virus uit het Latijn en betekent ‘giftige substantie’. Wetenschappers in die tijd geloofden namelijk dat er sprake was van een giftig eiwit. Dat eiwit zou het lichaam kunnen vergiftigen en het zou zich kunnen verspreiden tussen organismen. De praktijk wijst echter anders uit. Laten we daar eens naar kijken.

Transmissie van ziekten niet bewezen

Er zijn in de afgelopen 150 jaar verschillende experimenten gedaan om de transmissie van een ziekte van mens tot mens te bewijzen. Polio, influenza, gele koorts, waterpokken, HIV en meer zijn onderzocht. Sommige onderzoekers deden extreem veel moeite om de besmettelijkheid aan te tonen, maar alle pogingen faalden. De ziekten bleken geen van allen besmettelijk te zijn. Hieronder een voorbeeld van een experiment met de Spaanse griep.

Spaanse griep niet besmettelijk
De Spaanse griep (1918-1919) wordt beschouwd als een van de meest besmettelijke ziektes, in een van de grootste pandemieën ooit. De Spaanse griep wordt zo genoemd omdat het Spaanse San Sebastian als eerste de ziekte in de publiciteit bracht, terwijl de griep op dezelfde moment ook elders in de wereld werd gesignaleerd. Van de Verenigde Staten tot China.

Een van de onderzoeken om de besmettelijkheid aan te tonen, werd uitgevoerd in november en december 1918 door de Public Health Service en de Amerikaanse marine, onder toezicht van Dr. Milton Rosenau op Gallops Island.

Het experiment begon met honderd gezonde zeemannen die geen voorgeschiedenis van griep hadden. Ze deden vrijwillig mee aan het onderzoek. Een aantal vrijwilligers kreeg een mengsel toegediend, die uit de keel en neus van grieppatiënten was gehaald. Er gebeurde niets. Vervolgens kregen vrijwilligers één stam en daarna verschillende stammen van de Pfeiffer-bacil (heamophilus influenza) door middel van een wattenstaafje eerst in hun neus en keel en vervolgens met een spray in hun ogen gespoten. Dat had ook geen effect. De artsen werden wat brutaler en gaven de vrijwilligers enkele miljarden van deze ‘ziekteverwekkers’. Niemand werd ziek.

Vrijwilligers ontvingen injecties met bloed van grieppatiënten. Geen resultaat. Tot slot werden vrijwilligers naar een griepafdeling gebracht en elk van hen werd blootgesteld aan 10 grieppatiënten. Iedere vrijwilliger moest 5 minuten bij een patiënt doorbrengen. Ze moesten van iedere patiënt de hand schudden, van dichtbij met hen praten en de patiënten toestaan om rechtstreeks in het gezicht van de vrijwilliger te ademen en te hoesten. Niemand ontwikkelde symptomen, niemand werd ziek.

Dergelijk experimenten met de Spaanse griep zijn op meerdere plekken in de Verenigde Staten gedaan. Steeds met dezelfde resultaten. Soms ontwikkelde een enkeling zeer milde symptomen, maar niemand werd echt ziek. De Spaanse griep blijkt niet besmettelijk te zijn.

Vele andere ziekten, waarvan de meesten overtuigd zijn dat ze besmettelijk zijn, blijken dat in de praktijk niet te zijn. Waardoor mensen dan wel ziek worden, komt later in dit artikel aan bod. Eerst nog even wat verder spitten.

Ziektekiemen versus Het Terrein

Wat voor velen wordt beschouwd als gevestigde wetenschap, dat ziektekiemen je ziek kunnen maken, blijkt in de praktijk geen bewezen feit te zijn. Twee zienswijzen zijn van belang: Kiemtheorie en Terreintheorie.

Kiemtheorie
De kiemtheorie gaat ervan uit dat ziekteverwekkende micro-organismen (ziektekiemen), een gastheer binnendringen en zich daar vermenigvuldigen. Een specifieke ziekteverwekker veroorzaakt een specifieke ziekte, die overgedragen kan worden aan anderen.

Terreintheorie
Er zijn volgens de terreintheorie geen micro-organismen die je ziek kunnen maken. De gezondheid van het terrein is bepalend. Het terrein verwijst hier naar jouw lichaam en leefomgeving.

De huidige medische wereld volgt al sinds jaar en dag de kiemtheorie, ondanks het gebrek aan bewijs. De terreintheorie lijkt een logischere verklaring te geven en dat heeft nogal wat consequenties. Laten we het eens gaan ontrafelen.

De kiemtheorie en wat er daar niet aan klopt

De kiemtheorie heeft vooral via het werk van de Franse chemicus Louis Pasteur (1822–1895) vast voet aan de grond gekregen. De kiemtheorie is vanaf het allereerste begin weerlegd, maar is toch de basis van waaruit naar infectieziekten wordt gekeken. Pasteur heeft feitelijk nooit aangetoond dat bacteriën of virussen een gezond lichaam kunnen binnendringen en daar ziekte veroorzaken.

Meerdere onderzoekers hebben de vrijgegeven laboratoriumboeken van Pasteur bestudeerd, zoals historicus Dr. Gerald Geison. In zijn boek The Private Science of Louis Pasteur, beschrijft Geison hoe Pasteur bewust plagiaat en fraude heeft gepleegd. Toch zijn de meeste mensen ervan overtuigd dat virussen ziekteverwekkers zijn.

Als de kiemtheorie niet correct is, rijst de vraag hoe je het bestaan van een virus zou moeten (kunnen) aantonen. Dat antwoord ga ik je nu geven. Dat vergelijken we met de werkwijze van de virologie vandaag de dag. Dan zie je direct de verschillen.

Hoe toon je het bestaan van een virus aan?

Met logisch nadenken kom je al een heel eind. Je onttrekt van een ziek mens lichaamsvocht waarin je het virus verwacht aan te treffen. Gewoon snot uit de neus of slijm uit de keel. Daaruit isoleer je het virus, zodat je het kunt bestuderen. Je wilt wel weten wie de boosdoener is. Je hebt dus één variabele, het vermeende virus.

Vervolgens doe je wetenschappelijke experimenten om aan te tonen dat:
* het specifieke virus een specifieke ziekte veroorzaakt;
* het virus zich kan vermenigvuldigen;
* transmissie van een ziek mens naar een gezond mens mogelijk is.

Het is in het echt iets complexer, maar dit is de kern. Zowel het geïsoleerde virus, als de gevolgde methoden beschrijf je zodanig, dat andere wetenschappers het experiment kunnen reproduceren. Het is allemaal onderdeel van een normale wetenschappelijke manier van werken.

Wetenschappers hebben in het verleden voorwaarden opgesteld (postulaten), waaraan moet worden voldaan om te bewijzen dat een specifieke ziekteverwekker bestaat. Robert Koch heeft in 1890 een dergelijke logisch reeks van vier principes opgesteld, algemeen bekend als de postulaten van Koch. Na Koch heeft Thomas Milton Rivers in 1937 zijn postulaten opgesteld met zes principes. De postulaten van Rivers zijn speciaal bedoeld voor virussen.

Ondanks alle logica en postulaten, is er nog nooit iemand in staat geweest om een virus te isoleren en aan te tonen dat een virus een ziekte kan veroorzaken. Ook de transmissie en vermenigvuldiging van een virus is tot op heden niet bewezen. De wetenschap krijgt het gewoonweg niet voor elkaar. Er zijn wel een paar artikelen geschreven die dit beweren, maar als je dieper graaft ontbreekt iedere vorm van bewijs daartoe.

Hoe werken de virologen en wat is daar mis mee?

Er is een publicatie uit 1954, Propagation in Tissue Cultures of Cytopathogenic Agents from Patients with Measles, van John F. Enders. Dat gaat over de mazelen. Daarin wordt aangenomen dat lichaamsweefsel verandert in virussen wanneer het afsterft. Enders nam aan dat een virus zich hetzelfde gedraagt als een bacterie. Hij heeft er zelfs de Nobelprijs voor gekregen. Het hele concept van virologie is hierop gebouwd. Terwijl de publicatie duidelijk benadrukt dat het een aanname is, die in de toekomst bewezen of weerlegd zou moeten worden. Dat is nooit gebeurd.

Rechter: geen bewijs voor bestaan mazelenvirus

Gezonde mensen met virussen

Het zijn exosomen, geen virussen

Waarom werken virologen niet anders?

De terreintheorie en waarom die beter past

Waardoor worden we dan ziek?

  • In 1888 wordt elektriciteit over lange afstand wereldwijd geïmplementeerd, waarbij de eerste energiecentrales worden verbonden. Dat wordt opgevolgd door de grieppandemie van 1889.
  • In 1917 komt het radiotijdperk met de bouw van krachtige radiostations wereldwijd. De Spaanse grieppandemie komt in 1918.
  • In 1957 krijgen we het radartijdperk. De Asian flu pandemie komt ook in 1957.
  • In 1968 begint het satelliet tijdperk. Dat valt samen met de Hong Kong flu pandemie van 1968.

Anders(om) denken