Het galmt al sinds de jaren zestig in onze oren: verzadigd vet zorgt voor verstopte aderen en het verhoogt je cholesterol. Dat kan leiden tot een hartaanval of een beroerte. Plantaardig vet wordt gezien als de gezonde keus voor hart- en bloedvaten. Waarom klopt dat niet?

- Historie plantaardige vetten
- Waarom wordt plantaardig vet geadviseerd?
- Zaadolie is een chemisch product
- Indeling vetzuren
- Wat is het verschil tussen verzadigd en onverzadigd?
- Wat is oxidatie eigenlijk?
- Waarom is linolzuur zo bevattelijk voor oxidatie?
- Hoeveel linolzuur is teveel?
- Verhouding omega 3 : omega 6
- Consequenties van te veel linolzuur
- Waar zit linolzuur verder nog in?
- Op safari in de supermarkt
- Wat zegt de wetenschap?
- Tot slot & wat te doen
In het artikel een andere kijk op cholesterol kun je lezen dat cholesterol eerder een vriend is dan een vijand die bestreden moet worden. Als je dat artikel nog niet gelezen hebt is het aan te raden dit eerst te doen. Want daarin worden termen uitgelegd die hier terugkomen.
Nu nemen we vetten onder de loep, met name plantaardig vet. We kijken naar het omega 6 vetzuur, linolzuur. De meeste mensen krijgen er, zonder dat ze het beseffen, een overdosis van binnen. Dat heeft behoorlijke consequenties vanwege de oxidatie-eigenschappen van linolzuur. Het wordt een klein beetje technisch, maar ja, als je aan de oppervlakte blijft kom je niet tot de kern.
Zoals we hier vaker doen, beginnen we bij de historie.
Historie plantaardige vetten
In het artikel over cholesterol heb je kunnen lezen hoe in de jaren zestig verzadigd vet en cholesterol zonder enig wetenschappelijke basis in een verdomhoekje zijn gezet. Maar hoe werd plantaardig vet dan ineens de held?
Voor 1910 waren dierlijke vetten zoals boter, niervet en reuzel een vast bestanddeel in onze voeding. Mensen waren slank. Hart- en vaatziekten bestonden nauwelijks. Obesitas en diabetes waren zeldzaam. De eerste gerapporteerde hartaanval ooit was in 1912.
In 1900 was katoenzaad een afvalproduct van de katoenproductie. Katoenzaadolie werd in die tijd gebruikt als lampolie en als smeermiddel voor machines. Het Amerikaanse Procter & Gamble maakte in 1911 katoenzaadolie via een industrieel proces, eetbaar. Crisco was geboren.

Zo werd een afvalproduct, via briljante marketing aan het publiek verkocht, als een gezond alternatief voor boter. Zonder enig bewijs. Crisco bleek later schadelijk voor de gezondheid te zijn. Katoen is niet eens voeding, dus hoe kan katoenzaadolie dat wel zijn?
Het succes van Crisco opende de sluizen naar goedkope oliën zoals sojaolie, maisolie en zonnebloemolie. Ondertussen kwamen er margarines op de markt waarbij boter werd vermengd met plantaardige olie. En zo kwam er steeds meer plantaardig vet in onze voedselketen.
In 1948 ontving The American Heart Association (AHA) een donatie van 1,7 miljoen dollar (ca. 20 miljoen in 2024), van Procter & Gamble. Daarmee werd de AHA in een klap de grootste non-profitorganisatie in Amerika. De AHA heeft Crisco lange tijd aangeprezen als gezond voor hart- en bloedvaten.
In 1961 kwam, via het frauduleuze werk van Dr. Ancel Keys, het advies van de AHA om verzadigd vet en cholesterol te beperken. De consumptie van plantaardige vetten moest omhoog. Zonder enig bewijs werd dat advies door de Amerikaanse overheid aangenomen als officieel beleid voor alle Amerikanen. Overheden over de hele wereld volgenden, ook Nederland.
Nog steeds wordt geadviseerd om verzadigd vet te beperken en te vervangen door plantaardig vet. Wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van alledag bewijzen al sinds de jaren zeventig dat dit onverstandig is.
Waarom wordt plantaardig vet geadviseerd?
In Nederland wordt, in de huidige voedingsrichtlijnen, het advies gegeven om boter te vervangen door plantaardige olie en om verzadigd vet te beperken. Een van de redenen die worden genoemd, is dat plantaardige olie je cholesterol verlaagt. Dat klopt, maar waarom zou je dat willen?
Cholesterol is een lichaamseigen stof die we hard nodig hebben. Je lichaam produceert van nature geen stoffen die jouw gezondheid bedreigen. Tenzij jij het er een reden toe geeft.
Geen bewijs dat verzadigd vet ongezond is
Er zijn nergens wetenschappelijke onderzoeken te vinden waaruit blijkt dat verzadigd vet problemen geeft voor de gezondheid. Dat verzadigd vet je aderen zou verstoppen is een fabeltje, waarvoor geen enkel bewijs is te vinden. Het is zelfs onmogelijk, als je kijkt naar hoe je spijsvertering werkt.
In 1993 werd gestart met een zeer omvangrijk onderzoek: Woman’s Health Initiative. Er werden 48.000 vrouwen gedurende acht jaar gevolgd. Het onderzoek kostte maar liefst 700 miljoen dollar. Het doel was om te bewijzen dat voeding laag in (verzadigd) vet, gezonder was dan voeding hoog in vet. Het tegenovergestelde bleek waar te zijn. Als vrouwen met een historie van hartziekten op een laag vet dieet werden gezet, steeg hun risico op hartziekten, zoals een hartaanval, met 26%.
Eens kijken wat we zien, als we de blik richten op plantaardige olie.
Zaadolie is een chemisch product
Plantaardig vet verwijst onder andere naar olie die wordt gewonnen uit zaden, granen en peulvruchten zoals sojaolie, maisolie, zonnebloemolie, saffloerolie, koolzaadolie, rijstzemelenolie, druivenpitolie en katoenzaadolie. Deze oliën worden zaadoliën genoemd.
Zaadoliën ondergaan verschillende industriële bewerkingen om ze eetbaar en enigszins smakelijk te maken. De olie wordt onder hoge druk uit de zaden geperst en meerdere malen verhit, waardoor het zaad gestript wordt van alle voedingsstoffen.
De olie wordt behandeld met hexaan, om de extractie opbrengst te verbeteren. Hexaan is een zeer toxische stof en in het eindproduct kunnen daar nog sporen van in zitten. De olie wordt vervolgens gebleekt om een egale kleur te krijgen. Dan wordt het nog voorzien van kunstmatige kleurstoffen en eventueel synthetische vitamines. Kortom: zaadolie is een industrieel product.

Zaadolie is relatief goedkoop en daardoor populair. Omdat alles onder de noemer van plantaardige olie wordt gezet, klinkt het voor veel mensen gezond in de oren.
Kokosolie, olijfolie en avocado olie zijn gemaakt van de vrucht. Ze zijn gezonder dan zaadolie, maar het zijn nog steeds plantaardige vetten met zo hun nadelen. Zoals de aanwezigheid van plantensterolen die cholesterol imiteren. Ze zijn prima om in moderatie te gebruiken. Mits je goede kwaliteit hebt.
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat olijfolie en avocado olie soms worden gemengd met zaadolie. Van alle olijfolie die in Amerikaanse supermarkten wordt verkocht en in restaurants wordt gebruikt, is 70-90 procent vermengd met goedkope zaadoliën.
In dierlijke, verzadigde vetten zitten van nature de in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K2. In industriële zaadoliën zitten die voedingsstoffen niet. Tenzij ze later als synthetische variant zijn toegevoegd.
Laten we eens kijken hoe het zit met die vetten en waar de kern van het probleem zit.
Indeling vetzuren
Vetten vallen, samen met eiwitten en koolhydraten, onder de macronutriënten. Dat zijn voedingsstoffen die energie leveren. Van deze drie zijn eiwitten en vetten essentieel, die moet je uit voeding halen. Koolhydraten zijn niet essentieel, omdat het lichaam glucose kan maken uit niet-koolhydraatbronnen.
Vetten, of vetzuren, kun je vereenvoudigd als volgt indelen.

Omega 3 en omega 6 zijn essentiële vetzuren. Zolang je deze vetzuren consumeert als onderdeel van de onbewerkte bron waar ze van nature in voorkomen, is er niet veel aan de hand. Mits je niet overdrijft met de hoeveelheid. Overdaad schaadt zoals zal blijken.
We richten de focus hier op de omega 6, linolzuur. Want daar zit de angel die er uit mag. Linolzuur kan in het lichaam omgezet worden in een ander vetzuur, arachidonzuur. Hoewel deze ook z’n voor- en nadelen heeft, laten we de hele keten van omzettingen in steeds andere stoffen, voor nu buiten beschouwing.
Voordat we inzoomen op linolzuur, is het van belang het verschil tussen verzadigd en onverzadigd vet helder te hebben.
Wat is het verschil tussen verzadigd en onverzadigd?
Vetzuurketens zijn opgebouwd uit koolstofatomen (C). Er zijn korte, middellange en lange ketens. Een C heeft 4 posities om iets aan zich te binden, zoals waterstofatomen (H).
Verzadigde ketens hebben een enkele binding tussen de koolstofatomen. Ze hebben daardoor het maximaal aantal waterstofatomen aan zich gebonden. Ze zijn er als het ware mee verzadigd. Daarom wordt dat verzadigd vet genoemd. Verzadigde ketens zijn altijd recht. De moleculen kunnen daardoor gemakkelijk op elkaar gestapeld worden. Dat zorgt ervoor dat verzadigd vet stabiel is en hard bij kamertemperatuur.

Onverzadigde ketens kunnen één dubbele binding hebben (enkelvoudig onverzadigd) of meerdere dubbele bindingen (meervoudig onverzadigd).
Onverzadigde ketens hebben dus minder waterstofatomen dan mogelijk is, daarom worden die vetten onverzadigd genoemd. Onverzadigde ketens maken op de dubbele binding een bocht. Dat stapelt niet lekker. Onverzadigde vetten zijn daardoor zacht of vloeibaar bij kamertemperatuur. Onverzadigde vetten zijn niet stabiel. Dat betekent dat ze gemakkelijk kunnen oxideren, maar niet allemaal in dezelfde mate. Hoe dat werkt, komt zo aan bod.
We hebben namelijk ook nog transvetzuren. Via een chemisch proces (hydrogeneren) wordt een onverzadigde verbinding omgezet in een verzadigde verbinding. Daardoor wordt het een transvetzuur. Het lichaam kan daar niets mee. Transvetzuren worden ook wel ‘heart attack in a box’ genoemd. Dat hoeft niet veel toelichting. Transvetten kom je tegen in talloze industrieel bewerkte producten die volop aanwezig zijn in de supermarkt.
We dalen iets verder af, naar linolzuur en oxidatie.
Wat is oxidatie eigenlijk?
Vrije radicalen zijn instabiele deeltjes die een elektron missen. Ze gaan op rooftocht en stelen een elektron bij stabiele deeltjes. Via een kettingreactie ontstaan weer nieuwe vrije radicalen. Dat proces, onder invloed van zuurstof, hitte of druk, heet oxidatie.
Je kunt oxidatie vergelijken met roest en veroudering. Vrije radicalen leven slechts een fractie van een seconde en kunnen in korte tijd veel schade aanrichten aan bijvoorbeeld een lichaamscel. Dat heet oxidatieve stress.
Je kunt oxidatie niet vermijden. Iedere keer als jij eet, wordt voeding omgezet in energie. Een bijproduct zijn vrije radicalen. Ook roken, onnatuurlijke voeding, langdurige stress, blootstelling aan zonlicht en zelfs gewoon ouder worden, zorgen voor oxidatieve stress.
Het lichaam kan vrije radicalen normaal gesproken prima aan en je hebt ze in bepaalde mate ook nodig. Het lichaam heeft een uitstekend mechanisme van antioxidanten om vrije radicalen te neutraliseren. Wanneer er te veel vrije radicalen zijn, dan wordt het een probleem.
Als de hoeveelheid oxidatie groter wordt dan het lichaam aan kan, dan gooi je met de consumptie van zaadolie, olie op het vuur. Zaadolie kan al een paar uur na productie oxideren, dus nog voordat het de fles ingaat.
Zodra je de fles thuis openmaakt, komt er zuurstof bij. De oxidatie gaat dan verder in je keuken én in je lichaam na consumptie. Hoe langer je de zaadolie verhit en hoe hoger de temperatuur, hoe meer oxidatie en toxische bijproducten ontstaan.
Waarom is linolzuur zo bevattelijk voor oxidatie?
Linolzuur heeft 18 koolstofatomen en twee dubbele bindingen. Het waterstofatoom dat tussen twee dubbele bindingen zit, kan verdrongen worden door een zuurstofatoom. Hoewel de mens niet zonder zuurstof kan leven, veroorzaakt het ook oxidatie.
Wanneer linolzuur via de voeding hoger wordt dan je nodig hebt, wordt linolzuur een voorloper van geoxideerde linolzuur-metabolieten (OXLAM’s). Een metaboliet is een halffabricaat of eindproduct van een stofwisselingsproces. Het zijn specifiek de geoxideerde metabolieten van linolzuur die verantwoordelijk zijn voor een destructieve impact op je gezondheid.
Omega 3 vetzuren, zoals visolie, kunnen ook oxideren. Maar daar krijgen we gemiddeld genomen veel te weinig van binnen. Daarbij heeft omega 3 andere metabolieten met een iets andere werking dan die van omega 6.
Hoeveel linolzuur is teveel?
Linolzuur is een essentieel vetzuur met allerlei voordelen, geen misverstand daarover. Je hebt het nodig. Maar als je meer binnenkrijgt dan je lichaam kan gebruiken, ontstaat er een probleem. Dus, wat is dan teveel?
In Nederland ligt het advies voor omega 6 op circa 5 gram per dag. Of dat klopt weet niemand. Aanbevelingen veranderen nog al eens en 100 jaar geleden lag de inname een stuk lager en waren mensen gezonder.
Circa 90% van omega 6 is linolzuur, dus dat zou 4,5 gram linolzuur per dag zijn, als de aanbeveling klopt. Drie milliliter zonnebloemolie is circa 17 gram linolzuur. Drie milliliter maisolie is circa 6 gram. Dertig gram pecannoten is circa 6,5 gram linolzuur. Zo kun je wat gaan rekenen en zul je zien dat je al snel over de grens heen gaat.
Hoe hoger de hoeveelheid omega 6 in een product, hoe meer linolzuur je binnenkrijgt.

Verhouding omega 3 : omega 6
Er wordt veel geschreven over het belang van een goede verhouding van omega 3 en omega 6. Het is verstandig als die verhouding in de buurt ligt van 1:1. Bij veel mensen is die verhouding zoek. Twintig tot dertig keer meer omega 6 dan omega 3 is geen uitzondering en zelfs meer dan dat. Hoe meer de ratio uit de pas loopt, hoe groter het risico op ziekten.
Omega 3 en omega 6 concurreren in het lichaam met elkaar om opname in de celmembranen van lichaamsweefsel. Een te hoge inname van linolzuur, verlaagt dan de opnamecapaciteit van omega 3. Meer omega 6 leidt tot meer linolzuur, dat leidt tot meer (kans op) oxidatie, dat leidt tot meer ontstekingen in het lichaam en heb je een groter risico op allerlei ziekten. Het is een domino effect.
De beste manier om de balans tussen omega 6 en omega 3 te verbeteren, is om de hoeveelheid omega 6 te verminderen tot het gezonde minimum. Niet om omega 3 te verhogen, tenzij je daar een tekort van hebt. Dan is het goed om beide te doen, totdat de gewenste verhouding is bereikt. Dat kun je laten meten.
Linolzuur wordt in je vetweefsel opgeslagen en dat kan grote consequenties hebben.
Consequenties van te veel linolzuur
Er kunnen jaren en jaren overheen gaan voordat je gezondheidsklachten ervaart van een overdaad aan linolzuur. De consequenties moet je niet onderschatten. Ik noem de belangrijkste.
Linolzuur blijft jarenlang in je lichaam
Meervoudig onverzadigde vetzuren slaan zich op in je weefsel en lichaamsvet. De halfwaardetijd van linolzuur ligt op 680 dagen. Dat is bijna twee jaar! De halfwaardetijd is de tijd waarna nog de helft van een oorspronkelijke stof aanwezig is.
Dit betekent dat het ongeveer zes jaar duurt, om 95% van het overschot aan linolzuur in het lichaam te verwijderen en vervangen door gezonde(re) vetten. De afgelopen zestig jaar is de hoeveelheid linolzuur dat in vetweefsel wordt opgeslagen, enorm gestegen. Van circa 5% in 1909, naar 8% in 1960, tot circa 23% in 2010.
Dat is een niet natuurlijke, ongezonde, hoeveelheid. Natuurvolken zitten op een percentage van 4 procent.

Om opgeslagen linolzuur af te bouwen moet je de hoeveelheid die je inneemt terugdringen tot het absolute minimum. Anders blijft het cumuleren en wordt het een tijdbom die wacht op oxidatie, om dan af te gaan.
Linolzuur stapelt zich ook op in moedermelk waardoor het in het ongeboren kind terecht komt. Bij een test waarbij vrouwen veel linolzuur kregen via voeding, bleek dat na 3 dagen het percentage linolzuur in de moedermelk was gestegen van 8 naar 43 procent. Ook een kind heeft linolzuur nodig in de juiste hoeveelheid. Het is aangetoond dat te veel linolzuur in het ongeboren kind, leidt tot cognitieve achteruitgang.
Linolzuur veroorzaakt schade
Geoxideerde metabolieten van linolzuur veroorzaken ontstekingen en kunnen bepaalde structuren beschadigen, waaronder DNA, mitochondriën, celmembranen, eiwitten en stamcellen. Ze putten het lichaam uit van antioxidanten zoals vitamine E, vitamine C en de lichaamseigen super-antioxidant glutathion.
Hoe meer linolzuur je consumeert, hoe meer vitamine E je nodig hebt. Vitamine E kan namelijk de kettingreactie van vrije radicalen verbreken. Maar vitamine E kan nooit alle oxidatie in je lichaam compenseren. Ook supplementen kunnen dat niet. Het als een uitslaande brand willen blussen met een glaasje water. Je kunt beter de brand voorkomen.
Omdat linolzuur in je vetweefsel wordt opgeslagen heb je, als je vandaag stopt, zeker nog 4 tot 6 jaar extra vitamine E nodig om je lichaam te helpen de overvloed aan linolzuur weg te werken. Je kunt opgeslagen linolzuur verbranden als lichaamsvet door te bewegen. Dat zal alleen niet zo snel gebeuren, als je glucose (in plaats van vet) gebruikt als primaire brandstof.
Hoger risico op hart- en vaatziekten
In het artikel over cholesterol kun je lezen dat LDL deeltjes geoxideerd kunnen raken. LDL wordt daarmee een voertuig om oxidatie door je lichaam heen te transporteren. Hoe meer oxidatieproducten in je lichaam, hoe meer oxidatie van LDL. In tegenstelling tot gezond LDL, is geoxideerd LDL wel schadelijk.
Oxidatie kan leiden tot schade aan de binnenbekleding (glycocalyx / endotheel) van een slagader. Ter plekke ontstaat er plaque om jou tegen erger te beschermen. Als de situatie niet verbetert kan dat leiden tot een hartaanval. Of een beroerte als het in je hoofd gebeurt. Cholesterol en verzadigd vet zijn daar niet de oorzaak van. In het cholesterol artikel wordt dat uitgelegd.
Minder energie en meer kans op ziekten
De mitochondriën in je lichaamscellen zijn verantwoordelijk voor de productie van energie. Cardiolipine is een belangrijke molecuul in de mitochondriën. Het bestaat uit vier gebonden vetzuren die worden gehaald uit voeding. Hoe meer omega 6 je eet, hoe meer linolzuur onderdeel kan worden van cardiolipine en hoe meer cardiolipine bevattelijk is voor oxidatie. Als cardiolipine oxideert verlies je de energieproductie in de cel en dat kan uiteindelijk tot celdood leiden.
Oxidatieve stress en mitochondriale disfunctie door overdadig linolzuur kunnen niet alleen bijdragen aan hart- en vaatziekten. Ook kanker, dementie, atherosclerose, slechtziendheid, obesitas en diabetes, worden geassocieerd met geoxideerde linolzuur metabolieten.
Voor de helderheid: als je precies de hoeveel linolzuur consumeert die gezond voor je is en dat doet in combinatie met de juiste (hoeveelheid) omega 3 vetzuren, dan beschermt linolzuur je tegen ziekten.
Linolzuur wordt met name dus pas schadelijk, als je meer inneemt dan goed voor je is.
Waar zit linolzuur verder nog in?
Misschien heb je al voor jezelf uitgerekend hoeveel linolzuur je binnenkrijgt. Maar er zijn nog wat ‘verborgen’ bronnen van linolzuur, die moet je dan nog even meenemen. Dat zijn er niet weinig.
Naast zaadolie dat je koopt voor het bereiden van je eten, is linolzuur toegevoegd in talloze producten. Je komt het tegen in kant- en klaar maaltijden, koekjes, chips, noten, zaden, plantaardige boter, namaakvlees, sushi, chocolade, salade dressings, soep, krentenbrood, stokbrood, appeltaart, ijs, en zelfs in make-up. Het zit in je geliefde havermelk en je favoriete biologische patat wordt er waarschijnlijk ook in gebakken.
Als je in een restaurant gaat eten, is de kans groot dat plantaardige olie wordt gebruikt in de keuken. Vraag eens aan de chef wat hij/zij gebruikt en waarom.
Als je vlees eet van dieren die zijn gevoerd met mais en/of soja, dan krijg je via dat vlees extra linolzuur binnen. Een koe die alleen gras heeft gegeten, heeft al een kleine hoeveelheid linolzuur in zich.
Het hele voedingsprofiel van vlees en vis gaat achteruit, als het dier niet eet wat het van nature behoort te eten. Onze gezondheid gaat ook achteruit, als we niet eten waar we voor zijn ontworpen.
Je kunt plantaardige olie en dus linolzuur tegenwoordig moeilijk vermijden. Wereldwijd is de productie en consumptie de afgelopen vijftig jaar enorm toegenomen. In de Verenigde Staten is het gebruik van sojaolie, per hoofd van de bevolking, tussen 1909 en 1999, verduizendvoudigd.
Gevolgen voor de natuur
Er is sprake van grootschalige ontbossing door aanleg van plantages om onder andere plantaardige olie te kunnen maken. Daardoor verdwijnen jaarlijks hele ecosystemen en sterven er miljarden dieren. Diverse soorten zaad, zoals soja en mais, die voor zaadolie worden gebruikt, zijn genetisch gemanipuleerd. Daar wil je liever van wegblijven. Plantaardige olie wordt, na rijst en tarwe, nu wereldwijd het meest geconsumeerd.
Op safari in de supermarkt
Ga eens de supermarkt in om labels te lezen. Als je dan toch bezig bent, kijk dan ook even naar de hoeveelheid glucose, suiker en stropen die erin zitten. Al lijkt zaadolie inmiddels het nieuwe suiker te zijn.
Lees alle labels van de producten die je van plan bent te kopen. Bepaal of de ingrediënten van nature in dat product behoren te zitten. Beslis dan wat je doet.

Wat zegt de wetenschap?
Er is slechts een handjevol wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar het effect van verzadigd en onverzadigd vet op de gezondheid. Dat komt omdat het complexe onderzoeken zijn, die meerdere jaren moeten duren om een oorzaak-gevolg te kunnen bepalen.
De onderzoeken die zijn gedaan, laten allemaal hetzelfde beeld zien. Als je verzadigd vet vervangt door meervoudig onverzadigd vet, verhoogt dat de kans op hart- en vaatziekten. Ik beschrijf heel kort, twee onderzoeken waarbij het tijdsbeeld erg belangrijk is.
De Sydney Diet Heart Study (1966 – 1973)
In dit onderzoek werden 458 mannen met een geschiedenis van hartziekten tot 7 jaar lang gevolgd. Bij de helft van de groep (experiment groep) werd verzadigd vet vervangen door plantaardige olie en plantaardige boter. De controlegroep kreeg geen voeding instructies.
De resultaten van dit onderzoek zijn nooit gepubliceerd. De dataset van deze studie werd uit de garagebox van een van de oorspronkelijk onderzoekers gevist. De resultaten zagen veertig jaar later, in 2013, eindelijk het levenslicht:
- In de groep die de plantaardige olie kreeg, steeg het sterftecijfer met 62%;
- In de experiment groep (221 mensen) stierf 16,7%. In de controlegroep (238 mensen) stierf 11,7%.
Minnesota Coronary Experiment (1968-1973)
Het Minnesota Coronary Experiment, was een grootschalig experiment. Van 1968 tot 1973 zijn totaal 9.000 mensen, mannen en vrouwen, gedurende 4,5 jaar bestudeerd. Het onderzoek werd geleid door Dr. Ivan Frantz van de University of Minnesota.
De helft van de proefpersonen kreeg maaltijden die rijk waren aan verzadigde vetten uit melk, kaas en rundvlees. Bij de andere groep werd verzadigd vet verwijderd en vervangen door meervoudig onverzadigd vet.
De studie was bedoeld om aan te tonen dat het vervangen van verzadigd vet, door de onverzadigd vet uit plantaardige olie, de mensen zou beschermen tegen hartziekten. De resultaten van dit omvangrijke onderzoek zijn pas in 1989 vrijgegeven maar nooit officieel gepubliceerd.
De zoon van de in 2009 overleden Dr. Frantz vond in de kelder van het huis van zijn vader, een stoffige doos met de data van het onderzoek. Ruim veertig jaar na dato, in 2016, zijn de resultaten alsnog gepubliceerd:
- Het risico op hartziekten neemt bij voeding hoog in meervoudig onverzadigd vet toe. Dat risico neemt significant sterker toe na het 65e levensjaar;
- Bij de groep met meervoudig onverzadigd vet, daalde het cholesterol (je weet nu hoe dat komt) maar…
- …er was gemiddeld een 22% groter risico op overlijden bij een lager cholesterolgehalte. Hoe lager het cholesterol, hoe hoger het risico.
Als de resultaten van deze twee onderzoeken halverwege de jaren zeventig waren gepubliceerd, had de voedingsrichtlijn van 1977 er nooit kunnen komen.
Steeds vaker worden uitkomsten van observatiestudies gepubliceerd. Ook die laten veelal hetzelfde beeld zien: meervoudig onverzadigde plantaardige vetzuren bieden geen bescherming tegen hart- en vaatziekten.
Tot slot & wat te doen
Je kunt niet zomaar bepalen of een product voor jou gezond is of niet. Het is onderdeel van je totale eet- en leefpatroon plus de status waarin je gezondheid op dat moment verkeert.
Je lichaam is een complexe biologische computer waar iedere seconde ontelbare biochemische processen plaatsvinden. Allemaal om jou van dienst te zijn. Het is raadzaam om de eigen, natuurlijke mechanismen in je lichaam te respecteren en te ondersteunen met natuurlijke voeding. Daar zit geen label op met een lange lijst van ingrediënten en het komt ook niet uit een fabriek.
Je bewijst jezelf een dienst door de inname van omega 6 te beperken tot het niveau dat voedzaam is voor je lichaam. Daarbij is het onder controle houden van oxidatieve stress, belangrijk voor een goede gezondheid.
Een voedingsadvies is altijd persoonlijk. Laat je bij twijfel begeleiden door iemand die jouw specifieke situatie kan overzien.
De verantwoordelijkheid ligt bij jezelf. Doe daarom altijd je eigen onderzoek en maak gezonde keuzes voor jezelf.
Referenties:
- Saturated fat does not clog the arteries coronary heart disease is a chronic inflammatory condition, the risk of which can be effectively reduced from healthy lifestyle interventions, Aseem Malhotra et al., 25 April 2017.
- United States Dietary Trends Since 1800: Lack of Association Between Saturated Fatty Acid Consumption and Non-communicable Diseases, Joyce H. Lee et al., Frontiers in Nutrition, 13 January 2022.
- Saturated Fats and Health: A Reassessment and Proposal for Food-Based Recommendations, Arne Astrup, MD, DMSC et al., JACC State-of-the-Art Review, 17 April 1998.
- A short history of saturated fat: the making and unmaking of a scientific consensus, Nina Teicholz, Wolters Kluwer Health, Inc, 2022.
- Test of effect of Lipid Lowering by Diet on Cardiovascular Risk – The Minnesota Coronary Survey, Ivan D. Frantz jr. et al, February 1989.
- Re-evaluation of the traditional diet-hearth hypothesis: analysis of recovered data from the Minesota Coronary Experiment (1968-1973), Christopher E Ramsden, medical investigator et al., April 2016.
- Use of dietary linoleic acid for secondary prevention of coronary heart disease and death: evaluation of recovered data from the Sydney Diet Heart Study and updated meta-analysis, Christopher E Ramsden, February 2013.
- Hiding unhealthy heart outcomes in a low-fat diet trial: the Women’s Health Initiative Randomized Controlled Dietary Modification Trial finds that postmenopausal women with established coronary heart disease were at increased risk of an adverse outcome if they consumed a low-fat ‘heart-healthy’ diet, Timothy David Noakes, June 2021.
- Lowering dietary linoleic acid reduces bioactive oxidized linoleic acid metabolites in humans, Christopher E. Ramsden et al., October 2012.
- Phytosterol Contents of Edible Oils and Their Contributions to Estimated Phytosterol Intake in the Chinese Diet, Ruinan Yang et al., 9 August 2019.
- Changes in consumption of omega-3 and omega-6 fatty acids in the United States during the 20th century, Tanya L Blasbalg et al., American Society for Nutrition, 2011.
- Richtlijnen goede voeding 2015, gezondheidsraad 4 november 2015.
- Increase in Adipose Tissue Linoleic Acid of US Adults in the Last Half Century, Stephan J Guyenet, independent researcher and Susan E Carlson, university of Kansas Medical Center, 2015.
- Overconsumption of Omega-6 Polyunsaturated Fatty Acids (PUFAs) versus Deficiency of Omega-3 PUFAs in Modern-Day Diets, Hindawi Journal of Lipids Volume 2021, Article ID 8848161.
- How a vegetable oil refinery plant works/
- Global Cooking Oil Market Will Reach USD 130 Billion by 2024
- Vegetable oil production – World




